DBC financiering levert nog veel knelpunten op
Per 1 januari 2008 is de lumpsum vervallen. Hierdoor kent het inkomen van de medisch specialist minder garanties en is het vrijwel volledig afhankelijk van de DBC ‘productie’. Nog te vaak staan medisch specialisten echter buitenspel bij afspraken die door het ziekenhuis gemaakt worden met zorgverzekeraars. Toch bepalen deze direct de praktijkvoering en inkomsten van de medisch specialist. Meer betrokkenheid is hier dus vereist.
Daarnaast is het B-segment uitgebreid tot 20%. Dit biedt meer ruimte om te ondernemen, bijvoorbeeld in een IMSZ. Daarbij hoeft u het wiel niet zelf uit te vinden. Er is op dit gebied reeds veel deskundigheid voorhanden, zowel in ideevorming als de realisatie.
De bandbreedte in het uurtarief heeft geleid tot onderhandelingen tussen medisch specialisten en directies van ziekenhuizen. In de praktijk reiken deze veel verder dan alleen het uurtarief. Oude regels over kostendoorbelasting worden herzien en er worden afspraken gemaakt over volume en kwaliteit van zorg. In de praktijk verlopen de onderhandelingen weerbarstig en kosten veel energie. Daardoor is er te weinig aandacht voor activiteiten die leiden tot een betere en efficiëntere zorgverlening, terwijl de marktomstandigheden hier wel om vragen. Een partij die ervaring heeft in het begeleiden van dergelijke onderhandelingsprocessen en de doelen en uitgangspunten scherp in de gaten houdt, is in deze gevallen geen overbodige luxe.
De nieuwe financiële toekomst geeft ook een andere kijk op bijvoorbeeld fusies tussen maatschappen. Hoe bepaal je in het post-lumpsum tijdperk de waarde van de praktijk die je inbrengt? Of wat is nu de goodwill? Een toekomst waarin inkomsten minder gegarandeerd zijn, is van invloed op dit soort zaken.
In de DBC financiering zien we overigens nog diverse lacunes. Zo is er onvoldoende rekening gehouden met de 24-uurs beschikbaarheid van gynaecologen rond verloskundige zorg. Diensten kunnen daardoor onrendabel zijn. Oplossingen zijn gevonden in een beschikbaarheidsvergoeding, of in concentratie van verloskundige zorg met gynaecologen van andere ziekenhuizen.
Een ander aspect betreft de preoperatieve screening (POS) door anesthesiologen. Er is discussie of dit wel voldoende in de normtijden van de DBC’s is opgenomen om zorg te dragen voor een goede honorering van deze activiteiten. Op landelijk niveau wordt hiervoor gezocht naar een structurele oplossing. Tot die tijd moeten er naar aanvullende financieringsmogelijkheden gezocht worden.
De financiering van de intensive care vindt niet plaats op basis van DBC’s. IC-prestaties worden vergoed op basis van aparte IC-tarieven, die via een subtraject (zorgtype 51) gekoppeld worden aan de DBC van de betreffende patiënt. Om verschillende redenen kan de IC-financiering ontoereikend zijn om de kosten te dekken. In dat geval is het handig als er een partij is die dit probleem onder de loep neemt en mogelijke veranderingen in gang kan zetten.
Voor beroepsgroepen waarin het lumpsumtijdperk beperkingen oplegde om als zelfstandig medisch specialist aan de slag te gaan, biedt de DBC-systematiek wellicht betere (financiële) mogelijkheden. Het berekenen van de verdiencapaciteit vormt hierin een goede start. Oók voor specialisten in dienstverband die hun ‘waarde’ voor het ziekenhuis bijvoorbeeld willen bepalen.
Zoals in elke systematiek, zullen er ook haken en ogen aan de DBC financiering blijven kleven. Er worden regelmatig wijzigingen doorgevoerd en andere zaken worden weer ter discussie gesteld. Zo lijkt de invoering van de prestatiebekostiging in ziekenhuizen per 1-1-2009 ineens weer onzeker. Wat blijft is het belang om meer efficiency na te streven. Kwaliteit, een goed logistiek proces en een concurrerende prijs zijn daarbij de uitgangspunten. Een financiële analyse van uw DBC-stromen kan u daarbij helpen.
Herkent u zich in één van deze zaken, of heeft u een ander relevant vraagstuk, en wilt u hierover advies of eens de mening van een ander horen? Neem dan contact op met VVAA BusinessCare via
businesscare@vvaa.nl
of bel met (024) 381 78 47.