De overlijdensrisicoverzekering binnen de familie
In de zomermaanden heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan in een zaak waarbij het de vraag was of een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering die binnen de familie was afgesloten, belast zou worden met successierechten. Uiteindelijk is beslist dat dit niet het geval is. Dit kan weer aardige mogelijkheden bieden om belasting te besparen. Maar er zijn ook een aantal mitsen en maren!
Inhoud van de zaak
Simpel gezegd was de zaak als volgt: Een vermogende man heeft met zijn zoon en vrouw afgesproken dat zij een overlijdensrisicoverzekering van ruim € 1.300.000 bij hem afsluiten die zou aflopen als de man 57 jaar werd. De verzekering werd afgesloten op het leven van de man; en de man trad zelf op als verzekeraar. Dat zou dus betekenen dat bij overlijden van de man (als verzekerde) hijzelf (als verzekeraar) € 1.300.000 moest uitbetalen aan zijn vrouw en zijn zoon. De vrouw en zoon waren ook de erfgenamen van de man en zijn vermogen zal om en nabij € 1.300.000 geweest zijn. Op het eerste gezicht lijkt een overlijdensrisicoverzekering dus allemaal wat overbodig; op grond van het testament zouden vrouw en zoon immers toch € 1.300.000 erven van de man. Maar het verschil is dat een erfenis (afgezien van vrijstellingen) belast is met successierechten en een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering meestal en onder voorwaarden onbelast is. En bij een vermogen van € 1.300.000 praten we dan over een zeer aanzienlijke besparing. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad bepaald dat de uitkeringen inderdaad onbelast waren.
Voorwaarden van de constructie
Zeker bij de grotere vermogens biedt dit een aantal mogelijkheden. In samenspraak met uw adviseur van VVAA kan een dergelijke opzet namelijk eenvoudig geregeld worden. Er zijn wel een aantal strikte voorwaarden want de hele opzet moet wel zakelijk zijn. De kinderen en/of partner (niet degene met wie u in gemeenschap van goederen gehuwd bent, want dan werkt het niet) moeten een zakelijke premie betalen. Omdat een verzekeringsmaatschappij medische waarborgen vraagt, zult u dat zelf ook moeten doen. Een slechte gezondheidstoestand leidt dan tot een premieverhoging.
Nadelen van de constructie
Er is ook een aantal nadelen. Als u als verzekerde en verzekeraar optreedt is de kans natuurlijk ook aanwezig (en eigenlijk moeten we daar ook op hopen) dat u de looptijd van het contract overleeft. In dat geval komt de verzekering niet tot uitkering en hebben uw kinderen (en/of partner) aan u wel premie betaald die zij vervolgens later weer terugerven. Dat werkt dan dus de verkeerde kant op. Nu kunt u de verzekering weliswaar laten doorlopen tot een zeer hoge eindleeftijd maar de daarbij behorende premie is dan zo hoog dat het voordeel van de opzet steeds kleiner wordt. Er is dus eigenlijk sprake van een kansovereenkomst. Overlijdt u niet voor de eindleeftijd dan ‘kost’ de constructie feitelijk geld, overlijdt u onverhoopt wel voor de eindleeftijd dan levert de constructie een enorm voordeel op.
Tweede probleem wat op de loer ligt is de Staatssecretaris van Financiën. Hij heeft enige tijd geleden al aangekondigd dat ‘constructies’ met de successiewet hem een doorn in het oog zijn. Een van de maatregelen die hij wil nemen is het laten belasten van alle vormen van overlijdensrisicoverzekeringen. Als dat gebeurt heeft u met deze constructie ook geen voordeel meer.
U kunt voor meer informatie over de overlijdensrisicoverzekering binnen de familie contact opnemen met uw adviseur bij VVAA, telefoonnummer (030) 247 48 00 of
advies@vvaa.nl